"Wees de verandering die je in de wereld wilt zien."
— Mahatma Gandhi
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!

Er zijn van die woorden die we in Nederland zo vaak gebruiken dat je bijna zou denken dat ze standaard bij de geboorteakte worden meegeleverd: Tolerantie, Respect, Vrijheid van meningsuiting.
We vinden het allemaal ontzettend belangrijk. Tenminste, zolang de ander ongeveer hetzelfde denkt als wij. Want laten we eerlijk zijn: tolerant zijn is relatief eenvoudig wanneer iemand dezelfde politieke voorkeur heeft, dezelfde muziek leuk vindt en ook vindt dat de ananas absoluut niet op een pizza thuishoort. De echte uitdaging begint wanneer iemand tegenover je zit die er totaal anders over denkt. Of nog erger: iemand die zonder blikken of blozen zegt dat hij wél van ananas op pizza houdt. Dan blijkt ineens hoeveel beschaving we werkelijk bezitten.
Voor mij begint het eigenlijk allemaal met één simpele regel: ‘Doe een ander niet aan wat je zelf ook niet aangedaan wilt worden.’ Een prachtige gedachte. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik hem vroeger zelf ook niet altijd even consequent toegepast heb. Zo wilde ik bijvoorbeeld graag dat mensen mijn mening respecteerden, maar soms had ik moeite om die van een ander überhaupt helemaal uit te laten spreken. Niet omdat ik toen onverdraagzaam was, natuurlijk. Maar omdat ik toevallig al wist dat ik gelijk heb. Tenminste, zo dacht ik toen. En daar zat misschien precies het probleem.
De gulden regel vraagt namelijk iets wat tegenwoordig bijna revolutionair lijkt: jezelf af en toe afvragen of je misschien… heel misschien… niet helemaal gelijk hebt. Ik weet het, het is een zware opgave maar het is voor mij inmiddels een nieuwe standaard geworden sinds enkele jaren en dat maakt het leven best een stuk makkelijker.
Nederland staat bekend als een tolerant land. Dat vertellen we ook graag aan buitenlanders. Daarna klagen we gezamenlijk over de buurman, de politiek, het weer, Schiphol, de belastingdienst en iemand die op zondagmorgen om half negen zijn gras gaat maaien. Maar goed. We zijn tolerant.
Nederland heeft al eeuwen ervaring met mensen die het niet met elkaar eens zijn. Katholieken, protestanten, joden, vrijdenkers en allerlei andere groepen hebben hier naast elkaar geleefd. Niet altijd gezellig. Maar meestal zonder dat het land volledig in de fik stond. Dat was al winst. We hebben blijkbaar geleerd dat je niet van iedereen hoeft te houden om toch redelijk normaal naast elkaar te kunnen bestaan. Een bijzonder nuttige ontdekking, zeker als je bedenkt dat we tegenwoordig met ruim achttien miljoen mensen op een postzegel wonen. Tolerantie betekent dus niet dat alles prima is. Het betekent vooral dat je soms diep ademhaalt en denkt: ‘Nou ja… ik vind er wat van, maar vooruit.
Nederlanders hebben ook een indrukwekkende traditie als het gaat om meningen. Wij hebben overal een mening over. Over politiek, over voetbal, over vaccinaties, over klimaat, over het koningshuis, over hoe iemand zijn kinderen opvoedt. En natuurlijk over mensen die zeggen dat ze nergens een mening over hebben. Want daar vinden wij ook iets van. Vrijheid van meningsuiting zit diep in ons systeem en dat is maar goed ook. Een samenleving waarin niemand iets durft te zeggen omdat iemand anders zich misschien ongemakkelijk voelt, wordt uiteindelijk behoorlijk saai. En vermoedelijk ook erg stil.
Een goed debat mag best schuren. Je mag zeggen dat een idee belachelijk is. Je mag beleid volledig afkraken. Je mag zelfs vinden dat een politieke partij ongeveer net zo logisch opereert als een hamster die een Excel-sheet probeert in te vullen. Prima. Maar er zit een verschil tussen kritiek hebben op een idee en iemand persoonlijk tot pulp slaan. Je kunt zeggen: ‘Dat is een slecht idee.’ of: ‘Je bent zelf een slecht idee.’
Het eerste kan een interessant gesprek opleveren. Het tweede meestal een blokkade op Facebook 🙂
En dan hebben we natuurlijk nog sociale media. Een prachtig systeem waarmee we foto’s van ons avondeten kunnen delen met mensen die daar nooit om hebben gevraagd. Maar ook een plek waar iedere discussie binnen zeven minuten volledig ontspoort. Je schrijft bijvoorbeeld: ‘Volgens mij kunnen we misschien eens nadenken over…’ En voordat je je zin hebt afgemaakt, heeft iemand gereageerd: ‘Dus jij vindt dat iedereen die het niet met jou eens is het land uit moet? Daar vind ik wat van!’
Nee, dat vond ik niet. Ik vroeg me alleen af of de bioscoopkaartjes misschien wat hoog waren. Maar nuance is tegenwoordig een beetje als een zonnige zaterdagmiddag op het strand van Scheveningen. Theoretisch bestaat het, alleen kom je het zelden of nooit tegen. Alles moet korter, harder, bozer en liefst voorzien van hoofdletters: WANT DAN IS HET DUIDELIJK.
Ook religie blijft een onderwerp waar Nederlanders een bijzondere relatie mee hebben. We vinden het prima dat iedereen gelooft wat hij of zij wil. Tenminste, zolang we er zelf niet om zeven uur ’s ochtends voor wakker worden en een kerktoren geen minaret wordt genoemd. Nederland heeft eeuwenlang geworsteld met geloof en religieuze verschillen.
Uiteindelijk kwamen we, je verwacht het niet, met een typisch Nederlandse oplossing: Doe vooral wat je wilt, maar doe een beetje normaal. Natuurlijk is dat geen officiële tekst uit de Grondwet maar ergens zou hij er best tussen passen. Iedereen mag geloven. Iedereen mag niet geloven. Iedereen mag mediteren, bidden, zingen, vasten of op zondagmorgen een wandeling maken in een bos terwijl hij nadenkt over de zin van het leven.
Maar zodra iemand vindt dat zijn overtuiging verplicht moet worden voor iedereen, ontstaat er een probleem. Want jouw vrijheid stopt ongeveer op het moment dat je mijn vrijheid probeert te organiseren. En eerlijk gezegd heb ik mijn eigen leven al nauwelijks onder controle. Daar heb ik niet weer een extra manager voor nodig.
Tolerantie werkt twee kanten op. Je kunt niet alleen maar binnenlopen, bestellen wat je wilt en vervolgens weigeren te betalen. Zo werkt een samenleving helaas niet. Wie respect wil, moet ook respect geven. Wie vrijheid opeist, moet ook anderen diezelfde vrijheid gunnen. Wie zegt: ‘Ik wil geaccepteerd worden zoals ik ben,’ kan moeilijk tegelijkertijd roepen: ‘Maar jij bent verkeerd zoals jij bent.’ Dat is niet echt tolerant te noemen. Dat is gewoon een beetje verwarrend en een beetje jammer. En toch gebeurt het steeds vaker. Iedereen wil graag gehoord worden. Maar luisteren? Dat is blijkbaar de premiumversie van het abonnement.
We wonen nu eenmaal op elkaars lip want Nederland is klein, heel klein, veel te klein. We wonen met miljoenen mensen op een stukje grond waar je, als je binnen een paar uur weer in een ander land staat. Dat betekent dat we voortdurend rekening met elkaar moeten houden. Je buurman houdt misschien van heavy metal en jij van stilte. Je collega eet veganistisch en jij denkt bij falafel en hummus vooral aan nieuwe Disney personages.
De grootste uitdaging van deze tijd is misschien wel dat iedereen tegenwoordig een eigen podium heeft en op dat podium heeft iedereen gelijk. Altijd. Twijfel is uit. Nuance is verdacht. Van mening veranderen wordt soms behandeld alsof je tijdens een voetbalwedstrijd ineens voor de tegenstander gaat juichen. Toch is van mening veranderen misschien juist een teken dat je nadenkt. Ik weet het, ook ik heb daar moeite mee. Er zijn dingen waarvan ik overtuigd ben dat ik gelijk heb. Tot ik een goed argument hoor, maar dan moet ik natuurlijk eerst even doen alsof ik daar zelf ook al aan gedacht had. Dat is gewoon een zelfbescherming 🙂
Maar een samenleving waarin niemand ooit meer van mening mag veranderen, heeft uiteindelijk weinig aan discussie. Dan verzamelen we alleen maar argumenten om elkaar mee te overtuigen van iets waar niemand naar wil luisteren. Dat is ongeveer hetzelfde als een vergadering waarin iedereen praat en niemand weet waarom hij er eigenlijk zit. Herkenbaar? Precies!
Ondanks alles denk ik dat we in Nederland eigenlijk best iets hebben om trots op te zijn. Niet omdat wij het allemaal beter doen. Want laten we vooral niet doen alsof Nederland een soort paradijs is waar iedereen hand in hand zingend over het fietspad loopt. We kunnen ontzettend klagen. We kunnen zeuren over regels. We kunnen klagen over mensen die klagen. En daarna nog even klagen over het weer.
Maar ergens onder dat gemopper zit ook iets waardevols. We zijn gewend om onze mond open te doen. We zijn gewend om het oneens te zijn. En meestal proberen we er uiteindelijk toch samen uit te komen. Soms via een debat. Soms via een compromis. En soms door na drie uur vergaderen te besluiten dat er een nieuwe vergadering moet komen. Ook dat is Nederland.
Tolerantie wordt soms gezien als slap. Alsof je pas sterk bent wanneer je heel hard roept dat iedereen die het niet met je eens is een probleem heeft. Maar echte tolerantie is helemaal niet makkelijk. Het vraagt zelfbeheersing. Het vraagt nieuwsgierigheid. En soms vraagt het dat je iemand laat uitpraten terwijl je innerlijk al drie tegenargumenten en een sarcastische opmerking hebt voorbereid. Dat is topsport.
Respect betekent niet dat je overal ja en amen op zegt. Vrijheid betekent niet dat niemand zich ooit beledigd mag voelen. En tolerantie betekent niet dat alles geaccepteerd moet worden. Het betekent dat we elkaar ruimte geven zolang we die ruimte niet gebruiken om die van een ander af te pakken.
Misschien moeten we allemaal af en toe wat minder bezig zijn met onze rechten en iets meer met onze verantwoordelijkheden. Wat minder denken dat we altijd gelijk hebben. Wie tolerant wil zijn, moet tolerant handelen. Wie respect verwacht, moet het ook geven. En wie vrijheid van meningsuiting verdedigt, moet accepteren dat anderen soms dingen zeggen waar je spontaan van achteruit wilt fietsen. Dat hoort erbij.
We hoeven het niet allemaal met elkaar eens te zijn. Sterker nog, dat zou waarschijnlijk ontzettend saai worden maar we kunnen wel proberen elkaar een beetje normaal te behandelen. Dat mag van mij met scherpe meningen maar vooral ook met humor en met een beetje zelfspot. En vooral met het besef dat die ander, hoe irritant hij soms ook kan zijn, waarschijnlijk precies hetzelfde over jou denkt.
En eerlijk gezegd… Daar heeft hij misschien soms nog gelijk in ook.