"Wees de verandering die je in de wereld wilt zien."
— Mahatma Gandhi
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!

Karel wandelt een beetje rond in Loosduinen, samen met zijn kleine witte keffertje. Een beetje met zijn ziel onder zijn armen. Met en glazige starende blik wandelt hij verder zonder duidelijk doel.
Omdat hij toch iets met zijn dagen moet heeft hij ze verder ingevuld met alles en iedereen in de gaten houden. Hij kijkt of de snackbar om de hoek opengaat op het tijdstip dat vermeld staat op de deur. Als de deuren nog gesloten zijn terwijl het bordje met openingstijden aangeeft van niet dan geeft hij die middag de eigenaar een reprimande, onderwijl meewarig met zijn hoofd schuddend om zijn ongenoegen te uiten over deze grove overtreding te. Daarna neemt hij binnen plaats op zijn vaste plekje bij het raam en besteld zijn dagelijkse portie Spa geel. Voor hem het startsein om ongevraagd zijn mening te ventileren over de wereld en de snackbar in het bijzonder. Deze patetterette bestaat al ruim zeventig jaar en de huidige eigenaar heeft de euvele moed gehad de naam te wijzigen in iets dat exotisch klinkt. Karel moppert nog even door want dat is nou eenmaal wat hij het beste kan, maakt een beetje gein met de aanwezige klandizie en het personeel om vervolgens samen met zijn hondje op huis aan te gaan. Ik zie hem met hangende schouders weglopen en kan aan alles zien dat hij een moeilijke tijd doormaakt.
Bijna veertig jaar getrouwd geweest, haar liefdevol verzorgt tot aan het einde en een maand geleden is ze dan uiteindelijk overleden. Als je denkt samen van de herfst van het leven te mogen genieten komt de man met de zeis langs. Zoals helaas zo vaak heeft de kanker het van het leven gewonnen. Meestal is het leven niet eerlijk en in zijn geval is dat al niet anders. Zelf heeft hij kanker overwonnen en vervolgens moet hij lijdzaam toezien hoe deze ziekte zijn vrouw laat wegteren. Ik kan hem dan ook geen ongelijk geven dat hij er nu zelf lustig op los paft en ook zijn biertje niet laat staan. Zijn kinderen zijn volwassen, komen ook niet iedere dag want die hebben ook een eigen leven. Hij zou dat ook niet willen, steeds visite die dan samen met hem zielig zit te doen. Daar kom je ook niet verder mee. Toch heb ik het altijd een beetje met hem te doen, zelfs als hij een beetje té veel drinkt om de pijn in zijn hart wat te verzachten. Zijn vrouw was zijn leven en als je zo lang bij elkaar bent raak je zo aan elkaar verknocht dat je eigenlijk niet meer zonder elkaar kunt. Ik kan mij het gevoel van niet meer verder willen zo goed voorstellen maar gelukkig wint de drang om te overleven het meestal. Toch is een gebroken hart té zwaar om mee te leven. Ik geloof dan ook serieus dat je hieraan zou kunnen sterven.
Toen mijn opa overleed zakte mijn oma de dag erop in elkaar. Die wilden en konden gewoon niet meer zonder elkaar en voordat mijn opa goed en wel begraven was stierf oma in een ziekenhuis niet ver daarvandaan. Ze geloofden in God en in de hemel en ik troostte me toen met de gedachte dat ze maar heel kort zonder elkaar zijn geweest.
Maar Karel ademt nog, al krijg ik niet de indruk dat het van harte gaat. Het moet slijten en de vraag is of dat nog lukt op die leeftijd. Hij vult zijn dagen met het lopen naar de begraafplaats en weer terug. Hij brand een kaarsje bij zijn vrouw en gaat dan in gezelschap van haar hondje weer naar huis. Dan nog een rondje door de wijk, een biertje bij de snackbar en dan is er weer een dag voorbij. Zijn ogen lijken het licht te zijn verloren en ik hoop van harte dat de sprankeling weer terug komt. Hij is zijn anker kwijt, zijn doel en daarom is het misschien maar goed dat hij nog dat hondje heeft om voor te zorgen. Het was tenslotte haar hond en in haar nagedachtenis doet hij alles voor dat beest.
Op een dag vroeg ik hoe het met hem ging en hij keek me even zonder wat te zeggen aan. Zijn ogen waterig en blik op oneindig zei hij alleen maar; ‘moeilijk’. Hij mompelde nog wat onverstaanbare dingen en ging vervolgens verder; ‘ik ben blij dat die rottige kerst en oud en nieuw voorbij zijn’.
‘Weet je’ ging hij verder, ‘iedereen heeft medelijden en nodigt me voor van alles en nog wat uit, maar ik heb daar helemaal geen zin in. Allemaal goed bedoeld hoor maar ik ben liever thuis!’ ‘ik wil niet constant die meevoelende blik in mijn rug voelen prikken’ ‘natuurlijk heb ik het zwaar zeker met al die donkere dagen, maar wat verwachten mensen nou het is nog maar zo kort geleden!’
We staan naast elkaar voor de snackbar en ik rook in stilte een sigaret terwijl hij een shaggie bouwt. Soms heb je gewoon even geen woorden nodig. Hij denkt waarschijnlijk aan zijn vrouw en ik aan de mensen die ik in de loop der jaren ben verloren. Gewoon twee volwassen kerels, zwijgend naast elkaar met ieder zijn eigen pijn. Het is een heldere koude avond en als ik naar de sterren kijk zie ik daarin de mensen die ik nog dagelijks mis. Karel trapt zijn peuk uit en we nemen afscheid. Hij steekt zijn hand op als groet en draait zich om. Samen met zijn hondje zie ik hem in de avond verdwijnen.
Een onverwachte koude rilling trekt over mijn ruggengraat terwijl ik hem in de verte de hoek om zie gaan. Ik hoop echt dat hij weer wat plezier krijgt in het leven. Ik schud de kou van me af en loop in gedachten verzonken naar huis.