"Wees de verandering die je in de wereld wilt zien."
— Mahatma Gandhi
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!
Bas en Wilco schrijven ook maar wat!

Stanley en Tineke, twee hardwerkende ouders die ik begin jaren negentig leerde kennen. Hun dochter zat op dezelfde school en haar vriendje is al lange tijd een van mijn beste vrienden.
Jarenlang was ik er kind aan huis op verjaardagen maar ook een keer met de kerst en iedere keer viel me de gemoedelijke sfeer op van alles kan niets moet op. Ik voelde me daar thuis, zoals je dat kunt voelen bij een opa en oma. Een knusse vierkamerwoning ergens bij de Moerweg. Ik geloof wel dat ze hun kinderen flink streng hebben opgevoed maar tijdens de bezoeken daar was daar niets van te merken. Tineke was altijd druk. Een druk pratende moederkloek, naar haar kinderen toe, maar ook de vrienden en vriendinnen van haar kinderen, konden op haar warme aandacht en interesse rekenen. Terwijl haar man Stanley altijd alles vanaf de hoek van de bank zat te observeren, het liefst met een glas whisky binnen handbereik. Een rustige man die net als een slapende vulkaan indien nodig flink kon ontploffen. Moeders liep de hele avond af en aan met hapjes en drankjes en het ontbrak ons dan ook aan niets. Als je met haar in gesprek raakte ging het over van alles en nog wat. De kinderen op school, werk, hoe het ging met die en die en zo ratelde ze rustig een uurtje door. Stanley daarentegen was altijd wat stiller. Dat zal te maken hebben gehad met zijn karakter maar waarschijnlijk ook omdat hij wat moeite had zich uit te drukken in het Nederlands. Van origine kwam hij van de Antillen en ik herinner mij de verhalen die hij vertelde over de reizen die kant op.
Dat waren meestal werk vakanties. Zijn moeder was al flink op leeftijd en hij en zijn broers gingen er dan ook heen om allerlei hand en spandiensten te verrichten. Ze had een eigen huisje en dan moest bijvoorbeeld het dak worden vervangen. De kinderen namen vrij van hun werk en vlogen naar moeders. Zo gaat dat in die families, je helpt elkaar. Ik vond zijn accent altijd erg geestig en werd er altijd vrolijk van. Ondanks zijn gestuntel met bepaalde zinsneden kon hij zich prima verstaanbaar maken.
Door de mix van Hollandse nuchterheid en de Antilliaanse drukte waren de verjaardagen altijd net een beetje anders dan dat ik thuis gewend was. Niet netjes op je stoel blijven zitten en af en toe een drankje halen. Niets van dat als. Praten met veel gebaren en een flink volume, wat nog erger werd als de avond vorderde en de alcohol zijn weerslag had op het spraakvermogen. De hele avond was er drank en eten in overvloed aanwezig en als ik me niet vergis maakten verschillende familieleden ook hapjes ter plekke of namen deze mee. Rond elven ging de stereo voluit en kwam de dampende salsa muziek uit de speakers denderen. Wat een heel grappig tafereel opleverde als de Hollandse stijve harken probeerde mee te dansen met het Antilliaanse gedeelte van de familie. Die toch beduidend losser zijn in de heupen. Wij met de motoriek van een wijkagent die probeerde na te doen wat de anderen heel natuurlijk deden.
Op een gegeven moment ga je van school en begint het werkende leven zowel hun dochter al ik betrokken een eigen huis. Hoewel we elkaar nog op een enkele verjaardag zagen, verwaterde het contact toch. Daar hoef ik niet dramatisch over te doen dat gebeurt nou eenmaal. Uiteindelijk kwam ik in een echtscheiding terecht en zag ik ze helemaal niet meer.
Tot vandaag dan want in het winkelcentrum van houtwijk zag ik opeens een mij bekende vrouw in een Electro karretje mijn richting uit komen. Opeens herken ik haar, Tineke die ik al zeker zes jaar niet had gezien. Ik schrik oprecht als ik haar moeizaam uit haar kar zie stappen. Waar is die vitale vrouw die ik kende gebleven? Later realiseer ik mij dat ze natuurlijk van de generatie van mijn ouders is en ook al zeker vijfenzestig moet zijn. Ouderdom komt letterlijk met gebreken. Zij herkent me meteen ondanks dat ik een stuk slanker ben als vroeger. ‘Bas’, roept ze en haar ogen fonkelen. ‘hoe gaat het met je?’
Eventjes is het alsof de tijd heeft stilgestaan en praat ze over haar dochter en kleindochter. Aangezien ze alleen is informeer ik voorzichtig naar Stanley. Haar vrolijke blik verstrakt en enigszins voor zich uit kijkend antwoord ze me. ‘Die zit tegenwoordig in de dagopvang, hij lijdt aan alzheimer’. Ik schrik hier behoorlijk van maar ben toch enigszins opgelucht dat hij nog leeft.
Achteraf misschien stom maar ik vraag haar mijn hartelijke groeten aan hem over te brengen. Meteen verbeter ik mezelf door te zeggen dat het misschien geen zin heeft. ‘ik denk het wel’, zegt Tineke ‘dingen van vroeger weet hij nog wel’
We nemen afscheid en ik wandel in gedachten verder. Een rotgevoel bekruipt me, je hoort zo vaak dat mensen een heel leven samen zijn en als ze dan eindelijk de tijd hebben om samen leuke dingen te doen komt een van de twee te overlijden of wordt ziek. Ik heb daar soms heel erg moeite mee, vind het oneerlijk en vraag me dan af waarvoor je dan je hele leven geleefd hebt? Als de kinderen de deur uit zijn en er eventueel kleinkinderen zijn om van te genieten moeten mensen opeens vechten tegen een kanker die hun lijf vernietigd of de waas van alzheimer die alle herinneringen en gedachten wegvreet. Ik kan me zo goed herinneren dat ik mijn oma opzocht in Dorestad waar ze terecht kwam toen ook haar geest haar in de steek liet en ze mij helemaal niet meer herkende en dacht dat ik van de verpleging was.
Of die keer dat ik haar moest vertellen dat mijn vader, haar zoon was overleden. Ze was als een kind zo blij dat ik langskwam en toen ik vertelde waar ik voor kwam sloeg ze een kreet slaakte die zo door mijn ziel ging dat ik het nooit meer vergeet… Tien minuten later was ze het alweer vergeten en vroeg met een grote glimlach of haar grote kleinzoon zou blijven eten.
In de verte zie ik Tineke rijden in haar Electro kar en in gedachten hoop ik dat ze de kracht vind om voor haar man en zichzelf te blijven zorgen.
Een aantal weken later loop ik op een zaterdagmiddag wat doelloos door Loosduinen als ik in de verte Tineke herken. Ze loopt gearmd met een man die ik als ik wat dichterbij kom herken als Stanley. Ik schrik een beetje als ik hem zo zie schuifelen. We maken een praatje over mijn dochter en haar kleindochter. Ik kijk Stanley aan, herken zijn gezicht uit duizenden en ondanks de wat wazige blik heeft hij nog steeds die twinkeling erin die ik herken van vroeger. Het lichaam in verval maar zijn gezicht nauwelijks verandert en ook zijn Antilliaanse accent komt met een mengeling van plezier en weemoed bij me binnen. Ik wissel wat koetjes en kalfjes uit en dan zegt Tineke; ‘ken je hem nog Stan?’ Hij kijkt me aan met pret oogjes en zegt: “natuurlijk ken ik Bas nog” Ik glim van trots dat hij me nog kent en we praten nog wat verder.
Totdat ik me realiseer dat t helemaal niet iets is om trots op te zijn want ik ben gewoon iemand uit het verleden….